De Oordopjesmoord
De Zaak
Nieuws
In de Media
Achtergronden
Bestellen
De auteur
Hoofdstuk I
Key Facts
Snapshot
Contact
Hoofdstuk I

Het eerste deel van Hoofdstuk 1

Het einde van het begin


                Hebzucht is de bron van alle kwaad. Ik hoor het mijn vader nog zeggen. De man was de onbaatzuchtigheid zelve. Het geld kwam met bakken binnen maar het ging er ook met kruiwagens uit. Het vijftienkoppige gezin slokte een vermogen op maar het deerde hem niet. Er was geld genoeg in huize 'De Abeel', een van de grootste boomkwekerijen van Nederland in de jaren zestig en zeventig. Niet verzekerd tegen ziektekosten, niet tegen brand en niet tegen elk ander onheil van God gegeven. Als het geld er niet was had de Gereformeerde Gemeente Synodaal wel een eigen potje. Het derde zakje. 'Diaconie' stond er op. In ons gezin was er bij onvoorziene kosten geen noodzaak een beroep te doen op deze alternatieve verzekering. 

                Dat geld was er wel. Voldoende voor mijn vader zaliger. Hij hechte niet aan het aardse slijk ook al waren de pecunia redelijk voor handen. Als je geestelijk maar rijk was. In je bovenkamer dus. Geld bracht enkel ellende. Hoe schril is dan het contrast met Ran Biemans die uiteindelijk volledig ten gronde ging aan de welhaast meest ultieme vorm van geldzucht.  Een obsessie was het geworden. De afloop fataal.  Hebzucht, de feitelijke doodsoorzaak ten finale. ‘De steenrijke zakenman’, zo kwalificeerde menig journalist Ran Biemans en soms ook wel ‘puisant rijk’ waar het de meer creatieve geesten of het niet naar clichés grijpende journaille betrof. Dik het allemaal wat aan en een moord spreekt nog meer tot de verbeelding. Hoe rijker het lijk hoe groter de moord. Rijkdom is natuurlijk een relatief begrip maar steenrijk was Ran niet. Gevuld, dat wel, maar vergeleken met de eerste helft in de Quote 500 nog maar een financiële dreumes. De Brenninkmeijers kunnen met hun 20,5 miljard wekelijks een miljoen C&A-euro's opbranden en dan nog zijn na pakweg 40 jaar de schrabbers niet op. Met deze burn rate komt Ran in de meest enthousiaste schatting op een weekje of 10. Hooguit.  Ran was in ieder geval rijk genoeg om ‘m vanwege een vrij te vallen erfenis – als dat al het motief zou zijn geweest - naar de eeuwige jachtvelden te helpen.  

                Er scheen niet geroofd tijdens de moord en dus kon het geen roofmoord zijn. Er zou niets van waarde zijn verdwenen tijdens de nachtelijke slachtpartij, in de prille uren van pinksterdinsdag, en dus opteerde de Belgische speurders aanvankelijk voor een afrekening in het criminele circuit. Want zo heet dat tegenwoordig heel gezellig na de recente boevengenocide binnen de Amsterdamse grachtengordel. In korte tijd hielpen topcriminelen als Bruinsma, Klepper, Mieremet, Femer, Van Hout, Endstra, Van der Bijl en nog een horde griezels vooral elkaar naar het hiernamaals. De dag des oordeels brak voor hen beduidend eerder aan dan gepland. Ook voor Ran, die het Pinksterfeest, de uitstorting van de Heilige Geest, zojuist op de golfbaan had gevierd met een exquise etentje, de nodige goudgele jongens en wat wijntjes van het huis. Helemaal helder van geest moet hij niet meer geweest zijn toen hij het tijdige met het eeuwige verwisselde. “Dag Petrus (hik), ik ben Ran (hik). Een of andere geflipte (hik) apostel heeft Lazarus zojuist de nek afgesneden”, is toch niet echt een deftige binnenkomer, zou je denken.  

                Kort nadat Ran ging hemelen was buurman Jacobs zich rot geschrokken. Welke gek belde er bij hem aan? Welk onverlaat staat er om kwart voor vier 's nachts als een dolle krijsend op de deur te bonzen. Als hij de deur open doet ziet hij dat zijn buurvrouw Els op de hoogte van haar enkels is getapet. Zo probeert hem in onsamenhangende taal duidelijk te maken dat er iets vreselijks gebeurd is en wijst hem in de richting van hun appartement. Hysterisch huppelt ze achter haar buurman aan. Ran ligt zo dood als een pier naast zijn bed in een fikse plas bloed. De aanblik is even luguber als misselijkmakend. De keel is opengesneden. Bijna van oor tot oor. Els stamelt hevig gechoqueerd dat ze niets heeft gemerkt. Ze was wakker geworden en voelde dat haar voeten vastgebonden waren. Er hing een penetrante, onverdraagbare ammoniakgeur in huis. Volledig gedesoriënteerd was ze op zoek gegaan naar Ran die niet meer naast haar lag. Nadat ze het licht had aangedaan zag ze Ran liggen. Badend in het bloed. Wat was er gebeurd? Els had niets gemerkt omdat ze zoals altijd voor het slapen gaan haar oordopjes had ingedaan. Ran snurkte als een varken en haar oordopjes waren een afdoende remedie gebleken. Toon Jacobs belt de politie maar ook de brandweer omdat hij er op dat moment van uit gaat  dat de hele boel op ontploffen staat. Hij had de indringende geur vooralsnog als een gaslucht beoordeeld. De pompiers zijn er als eerste. Alle ramen worden opengegooid en met grootformaat ventilatoren wordt de vermeende gaslucht met grof geweld naar buiten geblazen. De later zo node gemiste dadersporen inclusief.

                Daar ligt Ran dan. Nooit had hij kunnen bevroeden dat hij - net 58 - al zo jong en op zo'n afstotelijke wijze aan zijn einde zou komen. Dood is hij, morsdood. Als adept van het Opheusdense zwartekousengeloof dringt het zich altijd weer aan mij op: de dood en als gruwelijke gevolg daarvan de eeuwigdurende hel. Voor deze Biblebelt-ers is de Bijbel een wetboek, het evangelie geen blijde boodschap. De vrees voor eeuwige straf hield me in mijn jeugd jarenlang in de greep. 'Gij zult niet doden' maar ook 'na de dood is het voor altijd branden in de hel' bulderde dominee Karens vanaf de kansel en als jongetje voelde ik de siddering door mijn hele lijf. De dood was een ingekerfd angstbeeld om van zo iets als moord nog maar helemaal niet te spreken. Er was nog nooit iemand om zeep geholpen in het vredige Betuwse boomkwekersdorp. Volledig geïsoleerd tussen Rijn en Waal ontstond daar eeuwen geleden in de zware klei een even zwaar geloof. De beide buitendijken, hemelsbreed nog geen vier kilometer van elkaar verwijderd, omheinden een soort van reservaat waarbinnen een subcultuur van geloofsfanatisme even goed gedijde als de Prunus Triloba Fastigiata, een simpele eik of de Quercus Robur. Zo rond mijn vijftiende knapte ik af op het beklemmende religieus fatalisme en moralisme die deze geloofsrichting kenmerken. Ik nam rigoureus afstand van de kerk uit afkeer van de goddelijke willekeur die elke zondag weer werd gepreekt: "Hoe je weet of het goed met je zit? Dat moet je gegeven worden en anders is het hel en verdoemenis", zei de dominee.  

                Mijn moeder kakelde hem na. Ze had weing vat op de tiener die, gerekend naar Opheusdense begrippen, te veel en te serieus nadacht over de inconsequenties van het bedompende en verstikkende geloof. “Het is makkelijker de wereld te dienen dan God”, beet ze me niet zelden toe. En daar had ze gelijk in. Je moet nogal masochistisch ingesteld zijn om elke zondag twee maal twee uur lang te kerke te gaan om je te laten overgieten met een lange trits aan vrome clichés, onduidelijke vergeestelijkingen van hokus-pokus-bijbelteksten, een ferme reeks beledigingen, want het zou toch helemaal fout met je aflopen, en een almanak aan ge- en verboden. Nee, er zijn veel andere zinnige en interessante dingen te doen zijn op zondag.  

                Ik haakte af wegens de veelheid aan wetten en regels waaraan de goegemeente zich diende te onderwerpen: lang haar en lange rokken voor de vrouwen, geen inenting tegen polio, geen verzekering, geen voorbehoedsmiddelen. De aanwezigheid van een televisie betekent je geestelijke en sociale doodvonnis. Nog steeds hebben 8 van mijn 12 broers en zussen geen TV. Ze hebben wel van hebzucht maar nog nooit van Ran Biemans gehoord en Peter de Vries is die jongen uit Dodewaard, een dorp verderop. Heb je seks gehad voor het huwelijk en wordt trouwen een 'moetje', dan volgt er de afschuwelijke schuldbelijdenis. Je staat dan een kerkdienst lang volkomen voor lul nog voor het eerste bankje en je voelt de priemende ogen van het o zo vrome kerkvolk als een stiletto tussen je schouderbladen. Zonder schroom bezie ik het nu als protestants-christelijk fundamentalisme. Een soort van Hezbollah zij het dat ze geen autoradio´s jatten en gewoonlijk niet in Twin Towers vliegen. Hun kroost, meestal rijk in getal, staat ook niet bepaald als 'straattuig' te boek en slechts een verwaarloosbaar deel van hen heeft ooit een gevangens van binnen gezien. Nee, de bijbel is tenminste nog ergens goed voor.  

                Zelfs als die puur letterlijk wordt geïnterpreteerd, hetgeen veelal het geval is. Mijn moeder zei me ooit: “Er staat in de bijbel dat Jonas in de buik van de walvis heeft gezeten maar als er had gestaan dat de walvis in Jonas' buik had gezeten had ik het ook geloofd”. Ga daar maar aan staan als 15-jarige aanstaande heiden. Evenwel ben ik er nooit los van gekomen en – hoe maf ook – soms bid ik voor het slapen gaan het kinderlijk nachtgebedje  

Ik ga slapen, ik ben moe, 'k sluit mijn beide oogjes toe

Heere houd ook deze nacht, over mij getrouw de wacht

't Boze dat ik heb gedaan, zie het Heere toch niet aan

Schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus wil mij rein

Amen.                

                Echt, volledig op de automatische piloot. Per ongeluk en zonder bij na te denken.  Het is ingesleten tot in de meest diepliggende neurotransmitters. Krassen op de ziel en in de hersenen. Het resultaat van een genadeloze, heftige hersenspoeling. De dood en – erger – moord hebben vanuit een zelfde jarenlange doctrine een even impactvolle uitwerking gehad op de beleving ervan en hoe ik, bijna een halve eeuw later, de gruwelijkheid ervan bezie. Ik kijk nog steeds met gereformeerde kinderogen naar wat met Ran is gebeurd. Dat ie gewoon hartstikke dood is. Naar de hel volgens de refo’s want daarvoor was hij alleen al vanwege de nodige seksuele escapades goddeloos genoeg.  

                Je mijmert wat af als je op de E 19 naar Antwerpen de saaiheid van weer een rit naar het Assisenhof probeer te doden met dit soort gedachtekronkels of voor de zoveelste keer nog eens alle motieven en scenario’s of pistes overdenkt. Meestal komt dat vanzelf, zoals lange autoritten bijna altijd leiden tot kraakheldere piekermomenten. Vandaag is er weinig voor nodig. Het riekt alom naar de grote finale. Alles of niets. Levenslang of vrijspraak.  Het pokerspel met de hoogst denkbare inzet is begonnen.  De geur van het onomkeerbare moment hangt in de kouwe lucht van de eerste echt gure en koude dag van de winter van 2006 . De voor dit jaargetijde onnatuurlijke aandoende, lenteachtige temperaturen hadden sinds vanmorgen abrupt plaatsgemaakt voor de gevoelstemperatuur die bij deze tijd van het jaar past. Kil was ‘t, koud en kil. Een omen voor wat later op de dag zou komen? Het onlosmakelijke gevoel dat het vandaag wel eens op een finaal en onherstelbaar eindvonnis kon uitdraaien had zich gisteravond al opgedrongen. Immers, de aristocratisch besnorde assisenvoorzitter Camille  Liesens had daar ter zitting al op aangestuurd. “Graag geen al te lange slotpleidooien en alstublieft geen breedsprakige predicaties”, sprak de magistraat. En dus zat het er dik in dat het vandaag , 30 november in het jaar des Heeren 2006, wel eens zou kunnen gebeuren. Dat de assisenjury nog deze namiddag het verzegelde kot ingestuurd zou worden om te oordelen over schuld of onschuld. Op één na allemaal vrouwen en dat zag er voor Els niet bijster gunstig uit. Vrouwen zijn veelal mild voor mannen maar spijkerhard en meedogenloos voor het eigen geslacht.   

                Els Leemans, sterspeelster in dit lugubere drama, moet een geheel andere idee hebben gehad over het vervolg van haar leven nadat ze aan Ran’s zijde voor de rol van poppemieke had gekozen en een ogenschijnlijk onbezorgd en  rimpelloos leventje leidde. Een vrouw in een midlife crises, zo hadden de rechtbankpsychiaters om het hardst gegild. Rijk, maar om meerdere redenen ongelukkig. Een onvervulde kinderwens, een man die nogal eens 'zijn leuter liet slingeren', het lege, op puur materialisme gestoelde leven en de saaiheid van het weinig warme van de quasi-elitaire vluchtoorden juist over de Belgische grens, waar tal van Nederlandse fiscale vluchtelingen zich in poenige en protserige huizen hebben genesteld maar geen buur elkaar kent, hadden van Els een zure vrouw gemaakt.  Het lege leven in Hoogstraten, Sint Job In ‘t Goor, Brasschaat en nog een paar van die elitaire nederzettingen van economische asielzoekers op weg naar Antwerpen. Ik tel de afslagen aan de E 19 als zijwegen naar het pertinente ongeluk. PC Hooft-tractor voor de deur, tot op het bot beveiligd, weggestopt van het gepeupel en langzaam van het sociale netwerk in Nederland vervreemdend. En dat voor een paar tonnetjes minder belasting op een vermogen van miljoenen. Je moet het maar willen. Uiterlijk vertoon mag wat kosten, ook al is dat het zielenheil van Els. 'Kak-Hollanders' heet het in de grensstreek  bij het meer volkse deel van onze zuiderburen. Ze achten zichzelf vele malen meer content dan al die Hollandse gelukszoekers. En dat zou ook zomaar kunnen want het gaat er allemaal toe met  een heerlijk soort gemoedelijkheid  en een zwierige nonchalance, Het simplistische druipt er vanaf. De groteske regelzucht waaronder de Nederlander gebukt gaat kennen de Belgen niet. Ze bouwen een kerk naast een disco en of dat dan ook nog een beetje oogt in het straatbeeld is niet van belang. Van welstandscommissies is nog nooit gehoord. Je merkt het meteen als je van onder Breda of Tilburg België inrijdt. Een ratjetoe van bouwstijlen wisselen elkaar af en van stedenbouwkunde hebben ze nog nooit gehoord. Wat in België kan, kan alleen in België. 

                Zo ook ten tonele van de rechtszaal die nauwelijks dit predicaat verdient. Een aftandse kantine is het. Tijdens de eerste procesdag, alweer drie weken geleden, was ik nog linéa recta naar het statige justitiepaleis aan de Britselei gereden. Op dat moment één grote bouwput en – behalve de voorgevel – in niets herinneringen oproepend aan de allure en grandeur die het gebouw omkleedde in lang vervlogen dagen. Het zit nu allemaal een eindje verderop in een bouwsel dat doet denken aan Anton Pieck’s Efteling-huisjes van het volk van Laaf maar dan van afstandelijk staal en aluminium. Vijf miljard Belgische francs heeft dit afzichtelijke gedrocht  gekost en nog was er geen ruimte voor een assisenzaal. Nee, de strafste strafzaken doen de Belgen nu in een feestzaaltje in een doorsnee kantoorgebouw aan de Antwerpse Waalse Kaai. Bevolkt door bussenvol luistervee. Het dagje uit voor de Belgische Vereniging van Huisvrouwen, afdeling Moeskroen. Zoiets. Hier vindt het megaproces plaats dat volgens ingewijden het Belgische proces van de 21-ste eeuw zou kunnen worden omdat de inbreng van de Nederlandse en vooral Belgische pers zo mogelijk nog groter was dan die van de onderzoekers en magistratuur.  

                Op maandag 6 november startte het tweede assisenproces tegen Els Leemans en ditmaal ook Wilko Ites, de spiergestaalde opblaaspop uit Zevenbergen, en ontspon zich hier het scenario van een filmbestseller. Voor zover de gehele voorgeschiedenis dat al niet was. Het ging allemaal bijna vier weken duren en liep qua timing zo uit de hand dat er tijdens de vierde procesweek ferm gesnoeid diende te worden in het aantal hypotheses en vooral in de hoeveelheid getuigenverhoren. Want die waren er werkelijk bij tientallen. Niet in de allerbeste Duitse krimi en niet in de meest fantastische en meest onwerkelijke crime story krijgt iemand dit allemaal bedacht. De werkelijkheid zou wel eens meer bizar kunnen zijn dan de veruit stoutste fantasie, zo werd door kenner en leek aangenomen. Een soap waarin alles kan en warempel niets is uitgesloten. Een optelsom en een kruising van GTST, Gooise Vrouwen, Onderweg Naar Morgen, Payton Place, Dallas  en Dynasty. Een vertelling waarbij het beste verhaal van schrijver en meester-verteller Roald Dahl zou verbleken tot een ordinaire stationsroman. En dat allemaal nog eens gemixt met nachtmerrieachtige feiten en lugubere details. Een cocktail van onwaarschijnlijkheden, perverse fantasieën, gillende leugens, megabedrog en duizelingwekkende manipulaties, likkebaardend opgediend als explosief laatste avondmaal, alleen voor mensen met een sterke maag. 

                Ran Biemans, een Dongense knoest, die  naam en fortuin had gemaakt met zijn bedrijf in sporttrofeeën en aanverwante mikmak, werd in de nacht van 1 op 2 juli 1998, zeg maar van tweede op derde pinksterdag, de keel doorgesneden in de slaapkamer van zijn tijdelijke dakappartement in Meerle. Els heeft altijd beweerd dat ze daar niets van gemerkt had. Ze had evenmin gevoeld hoe ze aan handen en voeten werd vastgebonden, omdat ze volgens haar verdoofd werd door de dader(s). Geen hond die dat geloofde. Het onderzoek bracht nog een aantal andere zaken naar voren die de onderzoeksrechter deed besluiten om haar bijna twee jaar na de feiten alsnog aan te houden. Niet omdat men over enig technisch bewijs beschikte of zich nieuwe feiten hadden aangediend, maar puur omdat Els glashard en zonder met de ogen te knipperen had gelogen over haar heftige relatie met de voorbeeldige, maar later bij het corps in ongenade gevallen Nederlandse marechaussee annex sportschoolhouder Wilko Ites, vóór de moord op Ran. 

                Tijdens haar arrestatie begin 2000 woonde Els zelfs al geruime tijd samen met Wilko van wie ook nog eens een kind had gebaard. Vermits het hier geen olifantendracht betreft moet Els - teruggerekend - al binnen drie maanden na de moord op Ran zwanger zijn geraakt. Els draait de bak in en Wilko woont alleen in de inmiddels prachtige villa die Ran had laten bouwen maar het stulpje nooit in voltooide staat heeft gezien. Els zit vast en intussen wipt Wilko, het prototype van seksuele ontrouw, alles wat los en vast zit. Ook met Tinka van Rooij, de 28-jarige blondine die in 2004 op beestachtige wijze werd vermoord. Els weet van al die liefjes en Els vindt het goed. Els blijft in voorarrest. In strijd met alles wat het Europese hof daar ooit over heeft geroepen maar liefst vier jaar lang. Ook dat kan alleen in België, een justitiële bananenrepubliek onder de rook van Breda. Het eerste assisenproces tegen Els startte pas in 2004, bijna zes jaar na de moord.  

                En dan gebeurt het. Op de zevende dag van dit proces wijst Els, op instigatie van haar toenmalige  advocaat en huidige levenspartner Pol Vandemeulebroucke, Wilko alsnog aan als de moordenaar van haar man. Zes jaar na dato verklaart ze plots dat Wilko achter de moord zat. Hij zou haar dat in bedekte termen al in 1999 hebben bekend. Ze had al die jaren haar mond gehouden uit angst dat hij hun zoontje en haar familie iets zou aandoen. Tikkeltje vreemd, want Els liet tijdens haar voorarrest tussen maart 2000 en medio 2004 om in aanmerking te komen voor 'Bezoek Zonder Toezicht' , Wilko in het bezoekregister inschrijven als haar echtgenoot en bedreef met hem de heftige liefde in de krochten van de Antwerpse gevangenis. Is het mogelijk te neuken met de moordenaar van je man, zo vroeg vriend en vijand zich af. Wilko ontkende ondertussen in alle toonaarden dat hij ook maar iets met de moord van doen had maar belande door Els' verklaring in 2004 wel keurig achter de tralies en vervolgens op de bank der beschuldigden. Het mysterie Biemans-Leemans kreeg nu een Bonnie & Clyde-achtige insteek. Nog meer intrigerend en nog meer bizar dan ze al was vóór deze onwaarschijnlijke wending. Niemand die het nog begreep en er was geen touw meer aan vast te knopen. Aanklager, verdediging, speurders, pers, de volgers en familie, iedereen werd - zo leek - met een onaardse schijnbeweging op het verkeerde been gezet. Aanklager Marc Verhelst had al geen poot meer om op te staan, de verdediging liep op haar laatste benen en de speurders hadden zich al als brekebenen geafficheerd maar nu werd het allemaal nog een graadje erger. Het proces werd met behulp van een juridische kronkel afgebroken en Els kwam kort erna voorlopig vrij. Een tweede proces zou minstens nog twee jaar op zich laten wachten zo werd ingeschat en om Els nu 6 jaar in voorarrest te houden was zelfs de Belgen te gortig. En het duurde ook twee jaar. Om precies te zijn tot begin november 2006. Nu zitten de voormalige lovers beiden in het beklaagdenbankje. Wilko met handboeien om, Els volgt het proces in vrijheid.  Verwacht werd een slachtpartij tussen enerzijds Ites en Leemans en de wederzijdse verdedigers. En die kwam er.  

                Op maandag, de eerste dag van de vierde procesweek, was er het ultieme debat dat absolute duidelijkheid moest brengen over tijdstip van overlijden, doodsoorzaak en mogelijkheid of onmogelijkheid van een langdurige verdoving, zoals Els Leemans beweert te hebben ondergaan. De moordenaars hebben de dronken, vrijwel naakte Ran Biemans in zijn bed met een stroomstootapparaat willen uitschakelen of tijdelijk willen verlammen. In ieder geval lang genoeg om hem daarna, in de beste traditie van de huis-, tuin- en keukenmoorden, met een kussen op het gezicht te laten stikken. Het laat nooit sporen na. Gestorven door een hartstilstand of zo. De zoveelste perfecte moord. Maar Ran Biemans was niet uitgeschakeld. Van de plotse pijn had hij dan wel in zijn bed geplast maar startte hij letterlijk zijn gevecht opleven en dood. Zo moeilijk als hij van zijn geld af kon, zo fel moet hij teruggevochten hebben. Meer dan 240.000 gulden was er in huis. Samen met zakelijke rechterhand Ben Jansen had Ran dat op de vrijdag voor Pinksteren gepind om de dinsdag erna af te tikken bij de bouwer van zijn nieuwe villa.  Een klein vermogen waarvan nog geen Belg weet waar het gebleven is.

                Het is een van de vele pikante feiten in een miraculeus dossier. Als een leeuw moet ie gevochten hebben. Vandaar de ingedeukte deur en de zwarte streepsporen op het vuistdikke tapijt.  Een ongelijke strijd, want uiteindelijk is de aimabele man als een varken geslacht. 'De keel overgesneden' noemen de Belgen dat. De sinistere en walgelijke aanblik van het resultaat, een blote Ran in een aanzienlijke plas bloed, moet de daders hebben doen besluiten om een kamerjas over hem te draperen.  Zo beroerd waren ze nou ook weer niet. De ideale, ongeweten moord was evenwel mislukt. Haastig werd overgeschakeld op een noodscenario, vol ingenieuze op-het-verkeerde-been-zettertjes, geënsceneerde missers en onwaarschijnlijk knap aangebrachte dwaalsporen, zo zou later blijken. Tot nu staat deze modus operandi bovenaan de hitlijst van een grote reeks. Maar er is meer, heel veel meer.    

                Ik eet nog even een broodje in de stad voor ik me naar de Waalsekaai begeef. Ik ben vroeg vandaag, de dag waarop de 12-koppige volksjury, waarvan elf vrouwen, haar uitspraak zal doen. Ik neem nog even alle aantekeningen door van deze vierde en vrijwel zekere laatste procesweek. Gisteren waren er nog de pleidooien die eigenlijk overbodig bleken. Alles was al gezegd, soms zelfs meerdere malen. De standpunten waren bekend, de strategie onthuld, de bedoelingen overduidelijk. Ieder serieus mens heeft zijn mening al gevormd. Alleen pathologische twijfelaars hebben het zoveelste pleidooi nodig om, na vier weken bespiegelen, te weten wie schuldig is en wie niet. De verdedigers van Els en Wilko zetten juist daarop in. Verwarring zaaien, twijfel creëren, dat is het credo. Immers, bij twijfel wordt van elk individueel jurylid verwacht dat ze vrijspreken. Niets meer niets minder.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De OordopjesmoordDe ZaakNieuwsIn de MediaAchtergrondenBestellen