De Oordopjesmoord
De Zaak
Nieuws
In de Media
Achtergronden
Bestellen
Open Brief Van Rooij
Tinka Pleitnota 1
Tinka Pleitnota 2
Tinka Pleitnota 3
Vonnis kort geding
Mail aan BN/DeStem
De van Rooij files
Dossier Schellekens
Betty Bogaarts
Peter R. de Vries
Tinka Pleitnota 1

Pleitnota kort geding 12 januari 2011 Van Rooij c.s. tegen Mauritz


(De Oordopjesmoord-auteur Hans Mauritz heeft zich als gedaagde ter zitting niet laten vertegenwoordigen door een advocaat maar zijn eigen verdediging gevoerd. Deze pleitnota is ook door hem zelf geschreven en in het geding gebracht)

J. Mauritz / Novio Media Uitgevers – Buro Mauritz

Rechtbank Breda

 Zitting                         : Woensdag 12 januari 2011, 13.30 uur

 Kenmerk                    : 22945 / KG ZA 11-5 

Pleitnota

Inzake:  

De Heer Johannes Mauritz,  

Handelend onder de naam Novio Media Uitgevers – Buro Mauritz

Wonende te Dongen,

gedaagde,  

contra  

Cornelius Petrus Marinus van Rooij  

en  

Maria Petronella Adriana Huijbregts,

 eisers,  

procureur : de heer mr. M. A. Buntsma  




Edelachtbare Heer / Vrouwe President in kort geding, geachte Heer / Vrouwe Voorzieningrechter,

Inleiding  

In het navolgende zal ik, gedaagde Mauritz, aantonen dat de vorderingen als door de eisende partij eiser sub 1 , hierna ‘Van Rooij’ en eiser sub 2, hierna ‘Huijbregts, dienen te worden afgewezen. Daarbij zal ik achtereenvolgens de volgende onderwerpen behandelen:

  1. Het verweer zijnde een integrale reactie, punt-voor-punt, op de gronden als door de eisende partij aangevoerd.

  2. Afwezigheid spoedeisend en/of zwaarwegend belang

  3. Kansen in de bodemprocedure en het reconventie-element hierin

  4. Substantiërings – en bewijsaandraagplicht

  5. Het scheppen van nieuw recht

  6. Restitutierisico

  7. Jurisprudentie

  8. Procedure

  9. Conclusie

1 -- Het verweer van gedaagde zijnde een integrale reactie, punt-voor-punt, op de gronden als door de eisende partij aangevoerd.

Met betrekking tot punt 3 van eisers gronden merkt gedaagde op dat het copyright van het boek ‘Vermist en vermoord: Tinka van Rooij’, samengesteld door eiser sub 1 en auteur Jaap Jongbloed, wel degelijk berust bij Uitgeverij Rebel c.q. haar rechtsopvolger. De auteursrechtelijke claim staat uitdrukkelijk vermeldt op de vierde pagina van bovenbedoelde uitgave (productie 1) Dientengevolge is eiser Van Rooij geen belanghebbende partij ter zake copyrights.. Los van dit gegeven zal gedaagde geen enkele van de door eiser aangegeven foto’s in zijn uitgave gebruiken. Eiser verwijst naar de producties 1 en 2 van de dagvaarding.

In weerwil van hetgeen eiser Van Rooij stelt onder punt 4 van eisers gronden kwam gedaagde eerst in de laatste maand van 2006 in contact met Van Rooij.

In punt 6 van de door eisers geformuleerde gronden spreekt Van Rooij niet de waarheid. Al in het eerste gesprek bij eisers thuis heeft gedaagde uitvoerig kond gedaan van hetgeen hem via Arno Norbart, veroordeeld als hoofdverdachte in de moord op Tinka van Rooij, bekend was geworden. Toen nog slechts de informatie dat door een bij eisers bekende persoon op hem, Norbart, een onweerstaanbare druk was uitgeoefend met bedreiging met de dood. Zowaar cruciale informatie. Door gedaagde en eisers is zelfs de conclusie getrokken dat op basis van het 4.400 pagina’s tellende dossier een grondslag gevonden kon worden voor vorenbedoelde statement van Norbart

Onder punt 7 doet Van Rooij en buitengewoon valselijke bewering strekkende tot het feit dat gedaagde geen enkele compassie zou hebben getoond met het verlies van zijn dochter. Tot het genoemde moment onderhielden partijen hartelijke contacten en is gedaagde eisers zelfs ter wille geweest om Norbart voornoemd te bewegen tot het afleggen van een waarheidsgetrouwe verklaring over de betrokkenheid van Betty Bogaarts bij de moord op Tinka. Op weg naar het hof in Arnhem heeft gedaagde eisers nog een hart onder de riem gestoken en hen medegedeeld dat er nu grote kansen lagen omdat Norbart aan gedaagde had aangegeven naar waarheid te zullen verklaren. Pas toen gedaagde in alle zuiverheid en vanuit professionele achtergronden een intimus van Van Rooij te kennen had gegeven dat het beter was dat Van Rooij zich in de toekomst zou onthouden van uitspraken inzake de wereldwijde reizen die Van Rooij met Tinka heeft gemaakt, het tegen beter weten in communiceren van het ‘çrime passionel’ als moordmotief, zijn campagne om het criminaliseren van zijn dochter in de media tegen te gaan en de vermeende, geringe rol van zijn dochter in het drugsmilieu, zette Van Rooij tijdens de eerste zittingsdag ter zake de cassatie van het OM tegen het vonnis van het hof in Den Bosch m.b.t. de vierde verdachte Betty Bogaarts van het hof in Arnhem , alles en iedereen tegen gedaagde op en beet Van Rooij gedaagde toe dat hij nooit meer iets met hem van doen wilde hebben. In het schrijven van gedaagde aan eisers van 25 november 2010 (productie 8 van eisers dagvaarding), zijnde het schriftelijke hoor en wederhoor, is gedaagde daar zeer duidelijk over

Het door eiser beweerde onder punt 8 is in acht genomen hetgeen hierboven omschreven wederom valselijk. Het was vanaf januari 2008 dat Van Rooij zelf geen enkel contact meer wenste te hebben met gedaagde. Ook is het pertinent onwaar dat bij eisers eerst in april 2010 bekend zou zijn geworden dat gedaagde een boek zou uitgeven. Dit was bij eisers al bekend sinds het persoonlijk onderhoud tussen eisers en gedaagde Mauritz eind 2006 ten huizen van eisers. Eiser verwijst onder punt 8 ook dat gedaagde een deel van het manuscript van zijn boek op de website DeOordopjesmoord.nl heeft gepubliceerd en verwijst in dat verband naar productie 3 als bijlage van zijn gronden. Het betreft hier echter allerminst een deel van een manuscript doch een zaaksomschrijving. En dat is toch werkelijk iets anders dan ‘een deel van het manuscript’. Eiser tracht – zo laat het zich aanzien – uw president in kort geding te misleiden zoals daar in de dagvaarding meerdere male sprake van is. Een zeer summier deel van het manuscript (het eerste deel van hoofdstuk 1 staat wel als preview op de site echter hierin wordt Tinka van Rooij voorshands summierlijk genoemd als ‘liefje’ van Wilko Ites, de tweede moordverdachte in de moord op Ran Biemans waarmee de moord op Tinka van Rooij op tal van punten samenhangt). Bovendien is hier geen sprake van onnodig grievende teksten, smaad, laster of eerroof zoals eisers doen voorkomen. Ook in de bovenbedoelde zaaksomschrijving, een abusievelijk of bewust abusievelijke verwijzing van Van Rooij als het gaat om het manuscript van De Oordopjesmoord  is daar geen sprake van.

  

Onder punt 9 van eisers gronden verwijst Van Rooij naar een e-mailbericht van gedaagde aan zijn dochter Mariëlle van 6 oktober 2010, 22.21 uur (productie 2). Van Rooij doet hier voorkomen dat het bericht van gedaagde een reactie is op een e-mail van zijn dochter waarin ‘zijn dochter en haar naasten uitdrukkelijk protesteren tegen het door Mauritz aangekondigde uitgave van het boek De Oordopjesmoord’. Los van het feit dat deze uitgave al sinds eind 2006 bij eisers bekend was is in bedoeld mailtje absoluut geen sprake van welke protest dan ook en schets Van Rooij hier een buitengemeen valse voorstelling van zaken. Het e-mailbericht van gedaagde aan Mariëlle van Rooij is een evidente reactie op haar mailbericht aan gedaagde ( productie 3) van 6 oktober 2010, 21.19 uur. Het is evident waarom Van Rooij dit mailbericht van zijn dochter Mariëlle aan gedaagde Mauritz niet aan de dagvaarding heeft toegevoegd. Het bericht is onfatsoenlijk, beledigend en onnodig grievend.  

Onder punt 11 stelt van Rooij dat gedaagde in een advertentie in BN / De Stem onrechtmatig gebruik maakt van een foto van zijn dochter Tinka waarop auteursrecht rust en derhalve dit recht door gedaagde is geschonden. Ten eerste merkt gedaagde op dat het hier een opname betreft die gedaagde zelf heeft gemaakt van de cover van het boek (een uitsnede daar van) zoals dat ook het geval is als het gaat om de foto op de achterzijde van De Oordopjesmoord. Inmiddels is in het definitieve ontwerp van de achterzijde van de uitgave van gedaagde deze foto onverplicht doch uit oogpunt van zorgvuldigheid vervangen door een – wederom - eigen foto van gedaagde, zijnde een opname van het boek ‘Vermist en vermoord’ als zodanig. Dit om elke schijn te voorkomen dat het om de originele foto van Tinka zou gaan waarop auteursrechten – qoud non – zouden rusten van eiser sub 2. Dan wel eiser sub 1. Derdens voert gedaagde aan dat in het geval het hier een foto zou betreffen waarop auteursrecht rust het onredelijk en onbillijk moet worden geacht dat honderden media deze foto vrijelijk hebben gebruikt en het gedaagde niet vrij zou staan een dergelijke foto te gebruiken. Bij een zoekopdracht bij Google naar ‘Tinka van Rooij’ genereert de zoekmachine 3.930 zoekresultaten waarbij in nagenoeg vijftig procent van alle ter zake doende publicaties dezelfde of een soortgelijke foto van Tinka is gebruikt. Dat gedaagde deze foto, zoals Van Rooij poneert, wil gebruiken voor de achterzijde van zijn boek is niet het geval en kan verder worden gepasseerd zoals het vragen van toestemming voor gebruik niet aan de orde is. 

Onder punt 12 stelt Van Rooij vast dat het op 25 november 2010 aan hem gezonden document, zijnde een schriftelijke poging van gedaagde tot hoor en wederhoor ook is verzonden aan zijn dochter Mariëlle en aan Henk Roovers, de rechercheur die destijds het onderzoek in de moord op Tinka heeft gesuperviseerd en thans naar eigen zeggen optreedt als vertrouwensman van de familie van Rooij. Het feit dat een kopie van dit hoor en wederhoor is verzonden aan Mariëlle van Rooij is zowel logisch als wenselijk. Immers, een substantieel deel van de inhoud ziet ook op haar en derhalve is dit document ook aan haar in het kader van hoor en wederhoor voorgelegd. Bovendien sluit dit aan op het eerdere e-mailbericht van gedaagde aan Mariëlle van Rooij van 6 oktober 2010 (productie 2)waarin gedaagde een voorschot neemt op dit hoor en wederhoor echter waarop geen enkele reactie is ontvangen, waarmee gesteld kan zijn dat ook zij niets van de inhoud ervan heeft weersproken of weerlegd. Dat gedaagde een kopie van het aan Van Rooij gezonden hoor en wederhoor ook aan Roovers heeft verzonden is het gevolg van het feit dat hij de rol van vertrouwensman vervult, dat hij daarvoor toestemming gaf in een telefonisch onderhoud met gedaagde en is het gevolg van het feit dat gedaagde een maximale zorgvuldigheid wenste te betrachten door Roovers te verzoeken zo nodig te bemiddelen tussen partijen.  

Onder punt 13 meldt Van Rooij dat hij en de zijnen hebben gemeend niet te moeten reageren op het hoor en wederhoor omdat het vol zou staan met onwaarheden. Het lijkt gedaagde toe dat juist in een dergelijk geval een adequate reactie voor de hand ligt zeker omdat het hier om behoorlijk stevige statements gaat. Buitengewoon is ook dat Van Rooij hier spreekt over ‘de concepttekst van het boek’ daar waar het op dat moment slechts teksten behelzen welke hem in het kader van hoor en wederhoor zijn voorgelegd. Bij van Rooij is op dat moment op geen enkele wijze bekend in weke vorm of op welke manier deze teksten zo mogelijk in het definitieve manuscript zijn of worden verwerkt. In dier voege is hier op geen enkele wijze sprake van het feit dat Van Rooij door gedaagde is aangetast in zijn eer en goede naam. Immers, het betreft hier een intern document waaraan verder geen publiciteit is gegeven. Derhalve dient ook dit punt te worden gepasseerd.  

Onder punt 14 suggereert Van Rooij dat alle punten uit het hoor en wederhoor deel zullen uitmaken van het boek van gedaagde. Dit is allerminst het geval. Gedaagde geeft slechts aan dat alle voorgeworpen feiten door Van Rooij niet zijn weesproken of weerlegd. Welke feiten gedaagde in zijn boek zal aanstippen is bij Van Rooij niet bekend zodat hij zich niet kan beroepen op aantasting van zijn eer en goede naam. Slechts hetgeen er bij gedaagde aan feitenmateriaal voorligt, als het gaat om de levenswijze van Van Rooij c.q. de verbanden tussen Van Rooij en criminele activiteiten, zal gedaagde voor zover dat van cruciaal belang is bij de onderbouwing van het algemeen nut  en belang van het aan de kaak stellen van de grote gevaren die kleven aan de teelt van en handel in wiet, gebruiken en verwerken in zijn boek.

Lees verder >



De OordopjesmoordDe ZaakNieuwsIn de MediaAchtergrondenBestellen